Zo verkrijgt u het meeste profijt van een virtuele training

 

Patiëntveiligheid

De veiligheid van onze patiënten gaat boven alles. Zorg ervoor dat:

☑ er met de patiënt is overlegd zodat u zeker weet dat alle partijen het ermee eens zijn en de virtuele training willen volgen

☑ de patiënt de beschikking heeft over de benodigde technologie met ondersteuning van streaming met beeld en geluid

☑ het platform voor de virtuele training vóór de trainingsdatum is getest

☑ de patiënt beschikt over een rustige ruimte zonder afleiding

☑ alle partijen weten dat de training wordt stilgelegd als er zorgen zijn over de patiëntveiligheid of in sommige gevallen als de videolink niet werkt

Patient safety

Vaardigheden voor de training voor gebruik van de Pod

Proficiencies

Suggesties voor onderwerpen op het gebied van diabetesmanagement:

☑ Instructies voor het bijhouden van koolhydraten

☑ Zelfcontrole van de bloedglucosewaarden (hoe vaak en hoe kan de patiënt dat bijhouden)

☑ Hypoglykemie – symptomen en behandeling:

  • Ketonen, diabetische ketoacidose (DKA) 
  • Benodigdheden voor het testen van ketonen

☑ Wat te doen bij ziekte

☑ Lichaamsbeweging

☑ Reservevoorraden

Deze onderwerpen komen op de dag van de training nogmaals aan bod

Suggesties voor onderwerpen op het gebied van pomptherapie:

 

☑ Basaal-/bolustherapie

☑ Gebruikte insulines bij de behandeling met Pods

☑ Suggesties voor bolusberekening

  • Insulin on board (IOB)
  • Insuline-koolhydraat-ratio (gevoeligheidsfactor voor insuline)
  • Correctiefactor

☑ Richtwaarde voor bloedglucose

☑ Tijdelijke ('temp') basaalsnelheid

Al deze onderwerpen komen op de dag van de training nogmaals aan bod

DASH HOME

Goede voorbereiding

Prep1

☑ Bepaal de te gebruiken instellingen voor de Omnipod® Personal Diabetes Manager (PDM) en geef ze door aan de patiënt en aan de Clinical Services Manager van Insulet met behulp van het instellingenblad van de Omnipod® en/of de daarvoor beschikbare bladzijden in de informatiegids voor Gebruiker

☑ Laat het de patiënt weten als hij/zij aanpassingen moet doen aan de insulinedoses vóór de eerste trainingsdatum

☑ Zorg dat de patiënt de juiste voorgeschreven benodigdheden heeft voordat de training begint

☑ Vraag de patiënt vóór de training een diasend®-account aan te maken; op die manier kan meteen na de training de persoonlijke diabetesmanager (PDM) van het Omnipod DASH®-systeem worden geüpload, waarbij alle instellingen nog eens worden gecontroleerd

☑ Vraag, bij gebruik van de persoonlijke diabetesmanager (PDM) van het Omnipod DASH®-systeem, de patiënt de lithiumbatterij in de persoonlijke diabetesmanager te plaatsen en ze op te laden tot 100%.

 

Op de dag van de training

Wat hebt u nodig om te beginnen met de Omnipod®-training:

☑ Uitnodiging voor de virtuele bijeenkomst

☑ Startpakket voor de Omnipod®- of Omnipod DASH®-PDM

☑ Pods van het Omnipod®- of Omnipod DASH®-systeem – de gesloten verpakking van de pods niet openen voor de training

☑ Instellingen voor de PDM van het Omnipod®- of het Omnipod DASH®-systeem, genoteerd op het instellingenblad van het Omnipod®-systeem en/of de informatiegids voor Gebruiker 

☑ Welkomstfolder, met de informatiegids voor Gebruiker  en de gids voor diasend® die tijdens de training zullen worden doorgenomen

☑ Flacon met 10 ml voorgeschreven snelwerkende E-100 insuline

☑ Bloedglucosemeter

☑ Teststrips voor de bloedglucosewaarde

☑ Prikpen en lancetten

☑ Meter en teststrips voor meting van ketonen

☑ Hypobehandeling

☑ Snelle internetverbinding (computer, tablet, telefoon)